Bijbelse namen en hun betekenis

Izaäk – Dromen of geloven of je wilt of niet. Je zult lachen en het weten of je droomt of niet.
Julius – Waardevol juweel
Maria
Petrus -Jezus zelf gaf Simon de nieuwe naam Petrus, wat rots betekent de rots waarop Jezus Zijn kerk zal bouwen.
Rachel en Lea – Koe en ooi.
Ezechiël, hij die door God versterkt zal worden
Paulus – Klein, gering
Thomas – Tweeling

Johannes – betekent genade. God geeft Liefde. De sprinkhanen verwijzen naar Johannes de Doper die in de woestijn van sprinkhanen leefde. “Door uw geloof in Hem bent u gered en dat komt door Zijn genade. Dat is niet uw eigen verdienste, maar een geschenk van God” Efeziërs 2:8 HTB
Marcus – betekent ’toegewijd aan Mars’.” En “Marcus is een Latijnse naam. Het is vermoedelijk een afleiding van Mars, de god van de oorlog

Facebooklinkedin
Gepubliceerd
Gecategoriseerd als Bijbel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *