Het formaat van iedere aquarel is 25×30
klik op de foto voor een vergroting en bijlage
1. HET BEGIN
In het begin heeft God de hemel en de aarde gemaakt. De aarde was woest en leeg en de Geest van God zweefde over de wateren.
2. DE WOLKENHEMEL
Toen zei God: laat de watermassa uit elkaar gaan, zodat de wolkenhemel en de zeeën worden gevormd”.
3. WATER EN LAND
God zei: laat het water onder de hemel samenstromen in zeeën en het droge land zichtbaar worden. En God zag dat het goed was.
het Woord
3b VRUCHTBOMEN
En God zei: Laten er allerlei vruchtbomen met zaad in hun vruchten op aarde groeien. Dat gebeurde en ook nu was het goed, zag God.
4. LICHTEN
Toen zei God: Ik wil dat er heldere lichten aan de hemel verschijnen om de aarde te verlichten en het verschil tussen dag en nacht aan te geven. God maakte twee grote lichten, de zon en de maan. Tegelijkertijd maakte God de sterren. God zag dat het goed was.
5. VISSEN EN VOGELS
Vervolgens zei God: Ik wil dat de zeeën wemelen van vis en ander leven en laat de lucht vol zijn met allerlei soorten vogels”. Nadat het avond was geweest, werd het weer morgen: de vijfde dag.
6a MENSEN
Toen zei God: “Laat Ons mensen maken die op Ons lijken en kunnen heersen over alle dieren op aarde, in de zeeën en in de lucht. Toen overzag God alles wat Hij gemaakt had en het was heel goed. Zo eindigde de zesde dag.
6. DIEREN
Toen zei God: “Laat de aarde dieren voortbrengen: vee, kruipende dieren en allerlei wilde dieren”. God zag dat ook dat goed was.
7 RUST Op de zevende dag rustte God na afloop van Zijn scheppend werk. Hij zegende die zevende dag en maakte hem tot een bijzondere, heilige dag, omdat Hij die dag Zijn scheppingswerk besloot.
God is wel onzichtbaar, maar uit alles wat Hij geschapen heeft, blijken zijn eeuwige kracht en goddelijkheid. Want sinds het ontstaan van de wereld is Zijn bestaan duidelijk te herkennen uit wat Hij gemaakt heeft. Daarom hebben de mensen geen enkele verontschuldiging.